Natuurlijk was zijn voorbereidende werk op de openingstreffer van Jens Toornstra tegen Sevilla van doorslaggevend belang. Maar veelzeggender was misschien wel de sprint die Jean-Paul Boëtius donderdagavond vlak voor rust aantrok om druk te zetten op de Spanjaarden. De titelverdediger van de Europa League speelde de bal van ver op de vijandelijke helft over veel schijven terug op doelman Sergio Rico.
Door de enorme spurt van de Feyenoorder schoot de keeper in de stress en trapte hij de bal vak W in. Boëtius: „Het was geen opdracht om zo ver door te jagen, maar ik wil de ploeg - ondanks mijn leeftijd - ook graag op sleeptouw nemen. Ook het publiek ging gelijk als een gek tekeer, dus het werkte. Dat geeft veel voldoening.”
Nu Elvis Manu geblesseerd is, mag Boëtius zich weer als basisspeler bewijzen. Tot donderdagavond kon hij de trainer nauwelijks overtuigen, maar tegen Sevilla kregen de toeschouwers weer de oude linksbuiten te zien. Rushes, passjes, passeerbewegingen, voorzetten, noem maar op. „Dit was zonder twijfel mijn beste wedstrijd van het seizoen. Hiervoor heb ik niets laten zien, he-le-maal niets”, zegt Boëtius. „Ik had me al eerder over de teleurstelling heen gezet dat ik niet altijd speelde, maar als ik dan in het veld stond kwam er niet genoeg uit. Tegen Sevilla gelukkig wel.”
Hij heeft geen idee of hij mede dankzij zijn optreden van donderdagavond op een basisplaats kan rekenen zodra Manu weer fit is. „Dat is aan de trainer. Hij omhelsde me na afloop en gaf me een compliment, verder hebben we het niet over mijn rol gehad. Maar hij zal ongetwijfeld tevreden zijn.”
Dankzij de 2-0 zege op Sevilla overwintert Feyenoord voor het eerst in tien jaar weer eens in Europa. Maar van een historische prestatie wil Boëtius niets weten. „In 2002 won Feyenoord de UEFA Cup, dát was pas historisch. Wij zijn nog niet eens halverwege.”
Place comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments