Er spelen meer jongens van 19 in de eredivisie. Maar kleine kans dat ze dezelfde achtergrond hebben als Shabir Isoufi. Als jongetje mocht hij niet voetballen van de Taliban. Toch scoorde hij in 2009 voor Oranje in de halve finale van het EK onder 17. Door zijn talent, en dankzij het Jeugdsportfonds.
Tot zijn negende jaar speelde Shabir Isoufi nooit buiten. Dat was onveilig in Kandahar. Buiten gebeurden gevaarlijke dingen met jongetjes, had zijn vader gezegd. En voetballen mocht al helemaal niet. De Taliban houdt niet van voetbal. Dus speelde Shabir altijd binnen en in de tuin. En, toegegeven: af en toe even op straat, stiekem. Naar school ging hij ook niet. Zijn moeder leerde hem alles wat ze zelf wist. Afghanistan was voor Shabir niet veel meer dan een huis en een tuin.
‘Ga maar wat sporten’
In 2001 kwam hij naar Nederland, het land waar zijn vader al vijf jaar eerder naartoe was gekomen. Na wat omzwervingen werd het gezin herenigd in Amsterdam. ,,Ga maar wat sporten”, zei zijn vader, al kon hij eigenlijk de contributie niet betalen. Een hulpverlener legde contact met het Jeugdsportfonds en zo kwam Shabir dan toch bij voetbalclub SDZ terecht. De meeste trainers vonden dat maar moeilijk, zo’n jongen die nog nooit had gevoetbald en nauwelijks Nederlands sprak. Carolien Ikelaar leider van de E5, ontfermde zich over hem. Na drie, vier trainingen was het duidelijk: Shabir had inzicht en de bal plakte aan zijn voet. Hij maakte de E5 kampioen. Shabir had zijn sport gevonden.
Profdebuut
Het jaar daarop speelde hij in de E1 en toen ging het snel. AZ scoutte hem, en na een jaar ging hij naar Feyenoord, dat hem uitleende aan Excelsior. Door een nare blessure heeft hij het afgelopen seizoen slechts een handvol wedstrijden gespeeld, maar volgend seizoen gaat hij het opnieuw proberen bij de selectie van Feyenoord of Excelsior. Vraag Shabir naar het hoogtepunt in zijn carrière tot nu toe, en hij vertelt over zijn debuut tegen Utrecht, uit in de Galgenwaard.
,,Ik viel in bij een 2-1 achterstand en dan al die mensen om je heen, daar krijg je gewoon kippenvel van.” Oh ja, hij speelde ook de EK-finale in 2009 van Oranje onder 17, voor 26.000 mensen tegen Duitsland. In de halve finale maakte hij het cruciale doelpunt. Dat schiet hem ook nog te binnen.
Anonieme steun
Maar vraag Shabir naar het Jeugdsportfonds en hij antwoordt: ,,Daar heb ik nog nooit van gehoord.” En zo hoort het ook. Kinderen moeten lekker voetballen, die moeten hun hoofd niet breken over contributie en andere geldzorgen. Trinko Keen, directeur van het Jeugdsportfonds: ,,Alles gaat anoniem. Op de club weet vaak alleen de penningmeester ervan. Het gaat om het meedoen, het talent van kinderen ontwikkelen is fantastisch. Het is zeker niet onze doelstelling om toppers te kweken, maar het is wel ontzettend leuk dat Shabir zo goed blijkt te kunnen voetballen.”
Veilige toekomst
Zo ziet Carolien Ikelaar dat ook. ,,Door zijn talent is ook de toekomst van zijn ouders veiliggesteld. Feyenoord heeft zijn vader geholpen werk en een woning te vinden. Allemaal doordat Shabir de mogelijkheid kreeg om te voetballen.” Nu Shabir van het Jeugdsportfonds weet, vindt hij dat helemaal niet vervelend, of gênant. ,,Waarom? Dat is toch juist goed? Als ik geholpen ben, ben ik geholpen. Ik ben blij dat ik kan voetballen.”
En als Shabir in de toekomst iets terug kan doen voor het Jeugdsportfonds, dan zal hij dat zeker niet laten. ,,Mijn ouders, die heel veel hebben meegemaakt, zeggen: als je kunt helpen, dan moet je dat doen. Dat is de Afghaanse cultuur.”
Place comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments