Voor het tiende jaar op rij zijn Rinus en Jenny Mikkers de begeleiders van de jeugdwoningen van de Feyenoordacademy.
Vincent: één kruisje. Nayib: nul kruisjes. Rinus: twee kruisjes.
Rinus Mikkers staart naar het magneetbord dat aan de muur hangt van de gemeenschappelijke keuken. Op het bord wordt bijgehouden wie ’s avonds de vuilniszak buiten in de container heeft gegooid. Wie een volle zak heeft weggebracht, mag met viltstift een kruisje achter zijn naam zetten. Rinus is de enige naam waarachter twee kruisjes zijn te ontdekken.
Het afval wegbrengen is de belangrijkste gemeenschappelijke taak die de bewoners van het appartementencomplex onder de rook van De Kuip hebben. ‘De jongens zouden misschien wat meer kunnen doen’, glimlacht Mikkers. ‘Maar weet je wat het is: ik ruim liever zelf de afwasmachine in, dan weet ik tenminste zeker dat het goed gebeurt.’
Wel zijn alle bewoners verantwoordelijk voor hun eigen appartement. In totaal zijn er zes, waarin plaats is voor dertien mensen. Vanuit de keuken is het de trap op en dan linksaf de gang in. Rinus Mikkers sloft naar boven, pakt een sleutelbos uit zijn zak en stapt op zijn slippers één van de appartementen binnen. De bewoners, jeugdspelers Vincent Jansen en Bryan Thong, kijken even verschrikt op als hun deur openvliegt, maar zeggen dan vriendelijk gedag. De twee hebben in het appartement beiden een eigen slaapkamer en delen een ruime woonkamer met een compacte keuken. Vanaf hun balkon zouden ze De Kuip kunnen zien liggen, ware het niet dat er een politiebureau in de weg staat. ‘Ze hebben hier alles’, zegt Mikkers. ‘Een koelkast, een magnetron, een wasmachine, een strijkplank en een afwasmachine.’ Eén keer per week komt er een schoonmaakster langs die de douche en het toilet schoonmaakt, maar verder moeten de jongens zelf zorgen dat hun appartement er verzorgd bij ligt. ‘Want als hier zomaar iemand binnenkomt, moeten ze zich niet hoeven schamen voor de bende’, zegt Mikkers.
Voor het tiende jaar op rij zijn Rinus en Jenny Mikkers de begeleiders van de jeugdwoningen van Feyenoord. Eerst nog op de Strevelsweg, sinds ruim drie jaar aan de Bas Paauwestraat. In 2000 werden ze benaderd door toenmalig technisch directeur Rob Baan, met de vraag of ze de huisvesting van voornamelijk buitenlandse jeugdspelers op zich wilden nemen. Baan zag een plek voor zich waarbij de jeugdspelers als een soort gezin samen zouden leven, zodat ze samen hun belevenissen en problemen konden delen. Rinus en Jenny werd gevraagd om ouders van het kersverse gezin te worden.
Over vriendinnetjes gesproken, die zijn niet welkom aan de Bas Paauwestraat. Slechte ervaringen uit het verleden hebben ervoor gezorgd dat spelers geen meisjes meer mee mogen nemen naar huis. ‘Als ze bezoek krijgen, moeten de jongens dat altijd bij ons melden’, zegt Rinus. En bezoek of niet: hoe dan ook maakt hij drie tot vier keer per avond een rondje langs alle appartementen, om te kijken of de jongens zich gedragen en er geen rotzooi van maken. ‘Ik ben meer de boeman dan Jenny’, zegt hij. ‘Ik heb een soort radartje voor problemen. Als ik voel dat er wat aan de hand is ga ik even het appartement in en negen van de tien keer is het dan ook zo. Dan zijn de jongens aan het voetballen, of maken ze herrie.
Terwijl we meerdere bewoners hebben, dus ze moeten daar wel rekening mee houden.’ Rinus en Jenny proberen zoveel mogelijk samen te doen, alleen het avondeten komt voornamelijk voor rekening van de vrouw des huizes. Deze avond maakt Jenny schnitzels, zalm uit de oven, broccoli, sla, aardappels, rijst en fruitsalade toe. Het is een maaltijd die niet zou misstaan in een gemiddeld restaurant, maar in huize Mikkers zijn de jongens haast niet anders gewend. ‘Een Surinaamse jongen die hier zat zei eens: ik wist niet dat een blanke vrouw zo lekker kon koken’, lacht Rinus. ‘Dat zegt genoeg.’
Jenny zet ondertussen zes volle pannen en schalen op tafel. ‘Ik zorg altijd dat de jongens wat te kiezen hebben’, zegt ze. ‘De één houdt meer van vlees, de ander meer van vis. We willen in ieder geval voorkomen dat jongens achteraf alsnog naar McDonald’s gaan.’ Vijf spelers schuiven deze avond aan bij de keukentafel. Naast Vincent en Bryan zijn dat Bruno Martins Indi, Andrea Fileccia en Vojtech Machek. Normaalgesproken zouden Nayib Lagouireh en Daniel Alund daar ook bij zijn, maar zij zijn op pad met hun nationale elftal.
Jenny moet sowieso nog al eens improviseren met de hoeveelheid eten, want het gebeurt wel eens dat de familie Mikkers van de ene op de andere dag een nieuwe bewoner mag verwelkomen. Stagespelers verblijven bijvoorbeeld vaak voor korte of langere tijd in één van de appartementen. ‘Soms moeten we op dezelfde dag nog iets regelen en snel een kamer in orde maken’, zegt Rinus. Hij wijst op negen fotolijstjes aan de muur, voor elk van de afgelopen negen jaren één. Alle spelers die ooit bij hen in huis woonden hebben er een foto’tje gekregen, het zijn er inmiddels ruim vijftig.
Normaal gesproken vertrekken spelers bij de familie als ze senior worden, al gebeurt het wel eens dat jongens zelf aangeven dat ze liever nog een jaar langer blijven. ‘Spelers snappen dat ze bijvoorbeeld zelf moeten gaan koken als ze bij ons weggaan’, vertelt Rinus. ‘De eerste paar dagen zullen ze dat ook doen, maar daarna komen ze er misschien al snel achter dat het net zo makkelijk is om een pizza te halen.’ Vandaar ook dat de bewoners sinds kort eens per week Jenny om beurten helpen met koken, om op die manier een beetje voor zichzelf te leren zorgen.
Deze avond hebben de jongens geluk, want het enige dat ze zelf hoeven te doen is hun bord naar het aanrecht brengen, nadat ze dat hebben leeggegeten. ‘Het was lekker, mevrouw’, zegt Martins Indi tegen Jenny, voordat hij de deur uitgaat. De andere jongens volgen zijn voorbeeld of zoeken hun eigen appartement op. Rinus en Jenny blijven achter aan de keukentafel. In de hoek staat een volle vuilniszak.
Place comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments