Financiële middelen heeft Feyenoord nog steeds niet, maar architect Mario Been (46) bouwt onverstoorbaar verder aan zijn project. Natuurlijk had Mario Been als jonge, talentvolle Rotterdammer maar één droom. Schitteren in De Kuip, in dat rood-witte shirt van Feyenoord – dát was zijn missie. Dat lukte. Al op jonge leeftijd tekende hij een contract bij de club uit zijn geboorteplaats. ‘En dan ben je al heel vroeg, heel kortzichtig alleen maar met voetbal bezig.’ Maar de huidige trainer van Feyenoord had nog een ander verlangen.
Klopt het dat u op jonge leeftijd architect wilde worden?
Ja. Al weet ik niet precies waarom. Gebouwen trokken me heel erg aan. Ik vind het bouwen van gebouwen een enorme verantwoordelijkheid. Dat je iets ontwerpt en dat het dan nog klopt ook. Heel knap. Ik moet er niet aan denken dat je een aantal pijlers neerzet, de rest er omheen bouwt en dat uiteindelijk alles scheef staat. Ik was een jaar of vijftien. En ik had niet in de gaten dat je voor dat vak heel veel moest leren, in de schoolbanken moest zitten. Toen werd het voor mij al minder. Bovendien was ik op een gegeven moment zó veel met voetbal bezig dat ik een keuze heb gemaakt.’
Tekenen was ook een hobby van u.
Dat was ook één van de redenen dat ik architect wilde worden. Of ik er goed in was? Moeilijk. Ik vond het gewoon leuk om dingen te tekenen, huisjes vooral. Maar om nu te zeggen dat ik goed was? Als ik nu iets zie staan, kan ik dat goed natekenen. Vooral gebouwen, ja. Niet dat ik dat nu nog doe, hoor. Ik kan mijn tijd nu een stuk beter gebruiken.’
En u hield van uw handschrift.
Ik had een mooi handschrift. Komt omdat ik netheid heel belangrijk vind. Thuis is alles ook netjes. Dat geldt voor mijn auto, mijn spullen, alles. Verzorgdheid is voor mij een basis. Het geeft me een goed gevoel. Als ik nu de wedstrijdbespreking op het bord schrijf, moet alles ook netjes geschreven zijn en recht staan.’
In hoeverre voelt u zich nu een architect?
Als ik nu een architect zou zijn met het geld dat ik nu bij Feyenoord tot mijn beschikking heb, dan zou ik geen grote flatgebouwen ontwerpen. Maar als je doelt op het feit dat we nu aan elftal bouwen dat over een paar jaar mee moet strijden om de titel, dan heb je gelijk. Vorig jaar hebben we wat dat betreft de basis gelegd. Met dezelfde spelersgroep als een jaar eerder zijn we vierde geworden. Een geweldig compliment aan iedereen die daaraan gewerkt heeft.’
Wie of wat zijn de pijlers onder dit Feyenoord?
Dan kijk ik naar de mensen om mij heen. De technische staf, de medische staf, maar ook het management. Er is niet één persoon met zijn eigen ding bezig. We werken allemaal aan het eindproduct. Ik ben misschien eindverantwoordelijke, maar we werken met zijn allen aan dit ontwerp.’
Uw voorliefde voor architectuur, tekenen en uw handschrift duidt op creativiteit.
Ik was natuurlijk ook een creatieve voetballer. Een echte nummer tien, ik moest de oplossingen in het veld verzinnen. Creativiteit zat dus wel in mijn persoonlijkheid. Maar hoe uit zich dat in het dagelijks leven? Ik probeer nu bijvoorbeeld zoveel mogelijk mee te denken met Feyenoord en de moeizame financiële situatie waarin de club verkeert. Wij móéten nu wel creatief zijn, hebben geen zakken geld om uit te geven. Maar ik ben van mening dat je altijd creatief moet zijn.’
En dat in een stad die vooral bekend staat om zijn noeste havenarbeiders.
Maar aan de ontwikkeling van die haven is wel heel veel creativiteit vooraf gegaan. En wat te denken van de herontwikkeling van de stad Rotterdam. Deze stad is gebombardeerd in de oorlog. Maar als je ziet wat er nu staat... Dát past ook bij Rotterdam. Natuurlijk zijn het harde werkers. Maar met alleen hard werken kom je er niet. Bovendien sluiten creativiteit en hard werken elkaar niet uit.’
In hoeverre is dit Feyenoord een afspiegeling van het Rotterdam dat u schetst?
Ik denk dat je dat het beste op de coach kunt projecteren. Deze trainer was als speler niet altijd het schoolvoorbeeld van een strijdvaardige en mentaal sterke speler. Maar nu ik trainer ben, heb ik die zaken wel heel hoog in het vaandel staan. Ik heb verantwoordelijkheidsgevoel gekregen. Als speler had ik dat nooit.’
Dat heeft met ouder worden te maken, maar ook met je gezinssituatie, met je kinderen. Zeker bij zo’n grote club mag je over een woord als ‘verantwoordelijkheid’ niet te licht denken.’
Wanneer kwam dat omschakelmoment precies?
Mijn jaar als hoofdtrainer van Excelsior is daarin heel belangrijk geweest. Plaatsing voor de nacompetitie was de doelstelling, maar we werden kampioen van de eerste divisie. Toen ik die schaal in mijn handen had, is voor mij de knop definitief omgegaan. Ik dacht: Mario, waar je nu ook werkt, haal altijd het maximale uit jezelf. En dat vraag ik nu ook van mijn spelers.’
Na dat ene jaar bij Excelsior was ik ook graag hoofdtrainer van Feyenoord geworden. De club moest vanaf de onderkant opnieuw worden opgebouwd, dat paste precies bij mijn visie. Maar de mensen die destijds bij Feyenoord werkzaam waren, kozen voor een andere trainer. Hun goed recht. Toen heb ik besloten het ‘veilige’ Feyenoord te verlaten, om ooit een keer terug te keren. Dat is na drie jaar NEC uiteindelijk gelukt. Dat geeft voldoening.’
U werd een jaar terug binnengehaald als een verlosser, werd zelfs vergeleken met Che Guevara. Bent u blij dat de hype rond uw persoon over is?
Het deed me weinig, ik ben daar vrij nuchter onder. Relativeren is in deze functie heel belangrijk. Ik laat me niet meer gek maken als het een keer goed gaat. Als voetballer deed ik dat wel, was ik snel tevreden. Als trainer ben ik nooit tevreden. Kan ook niet. Dan glipt het uit je vingers, ben je niet scherp.’
Dat houd ik die spelers ook voor: maak niet dezelfde fout als ik. Dus op dat moment was ik misschien Che. Maar wie ben ik als we met Feyenoord twee à drie keer op rij verliezen? De kop van jut?
Place comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments